Sociaal werk als gemeenschappelijk vakgebied
Te lang is het sociaal werk gezien als een optelling van allemaal aparte beroepen en werksoorten. De kern van ons beroepshandelen is echter hetzelfde. We houden ons bezig met het sociaal functioneren van mensen. We ondersteunen hen om de dagelijkse complexiteit van het leven aan te kunnen. Mensen willen sociaal redzaam zijn, de regie over hun leven hebben, wat ook de achterstanden, achtergronden of stoornissen zijn. Uit onmacht of teleurstelling geven ze soms op. De complexiteit van onze hoogontwikkelde samenleving en de complexiteit van Nederland institutieland vraagt veel en niet ieder is sociaal vaardig om zichzelf een profiel te geven, de eigen weg te bepalen, zich goed tot anderen te verhouden en zich sociaal te gedragen.
Sociaal werkers in allerlei soorten en maten helpen mensen om in hun complexe situatie na te gaan waar de mogelijkheden en krachten liggen, hoe aan een verbetering gewerkt kan worden. Ze zoeken samen met de betrokkenen naar wat een gepaste reactie is en hoe gepast andere mensen gemobiliseerd kunnen worden om mee te werken, zoals familieleden, vrienden, vrijwilligers leerkrachten, bazen en collega's, andere professionals en zonodig ook specialisten.
De sociale professional heeft zijn eigen plek naast de therapeut, de opleider, de arts. We zullen ons dan echter sterker en eenduidiger moeten profileren. Ik stel me zelf drie opdrachten:
1. Bij te dragen aan een verschuiving van van de tweede lijn naar de eerste lijn; van institutie naar directe omgeving.
2. Bij te dragen aan een verschuiving van therapeutisch protocollair handelen naar sociale ondersteuning.
3. Bij te dragen aan een terugdringing van de versplintering van het welzijnswerk door te pleiten voor een stevige goed herkenbare basisprofessional, met daarom heen een ondernemende dienstverlening en daarachter de specialisten.
4. De beroepspraktijk te verankeren in een stevige praktijkdiscipline sociaal werk.